De Nederlandse overheid presenteerde onlangs zeven ontwerpen voor corona-apps aan publiek en deskundigen. Een matig geslaagde exercitie, aangezien geen enkele app enthousiaste reacties opriep bij de genodigden en alle producten nog mankementen vertoonden. De hele onderneming eindigde uiteindelijk in mineur door een gevonden datalek, onduidelijkheden over privacywaarborgen en veel onbeantwoorde vragen over het praktische nut van de speciale corona-apps.

Hoge verwachtingen

Verschillende Aziatische landen hebben wel al volledig operationele corona-apps. In Zuid-Korea gebruikt men al een hele tijd een app die alle bewegingen van met COVID-19 besmette mensen nauwkeurig in kaart brengt. Alle routes en verplaatsingen, of het nu gaat om een bezoek aan de dokter of een wandeling naar de bakker om de hoek, trekt men na en publiceert men. De persoon in kwestie blijft daarbij trouwens wel anoniem. En hoewel men de gadget in Oostenrijk nog maar mondjesmaat (ongeveer 3 tot 4 procent van de bevolking) gebruikt, heeft ook het Alpenland al een corona-app.

Het belangrijkste doel van zo’n corona-app? Door grootschalig contactonderzoek beter in kaart brengen wie geïnfecteerd is (geweest) om zo nieuwe besmettingshaarden vroegtijdig in de kiem te smoren. Het spreekt voor zich dat het kabinet-Rutte ook wel oren heeft naar het type digitale oplossing dat men in Azië en Oostenrijk gebruikt. De ‘intelligente lockdown’ (die volgens een groeiend legertje experts helemaal niet zo intelligent is) zorgt immers nu al voor veel maatschappelijke onrust en grote financiële ellende in ondernemersland. Nog veel langer wachten met versoepelen, zorgt er ongetwijfeld voor dat ons land nog dieper in de maalstroom van economische tegenspoed terechtkomt.

Sceptische bevolking

Het enthousiasme van de regering over een app die COVID-19-patiënten kan traceren, slaat vooralsnog niet echt over op de Nederlandse bevolking. Die is eerder sceptisch en achterdochtig, ook al omdat Nederlanders in de regel een wat individualistischer en minder volgzaam karakter hebben dan bijvoorbeeld Koreanen.

Een van de heikele punten rondom de lancering van corona-apps is privacybescherming. Wie garandeert dat je de apps niet makkelijk kunt hacken, waardoor straks de persoonlijke en medische gegevens van honderdduizenden mensen op straat liggen? De presentatie van de eerste proefapps wakkerde die vrees alleen maar verder aan, aangezien een van de uitverkoren projecten, met de vervaarlijk klinkende naam Covid19 Alert, een gapend veiligheidslek had.

Verder vrezen veel mensen dat het stigma (ex)-coronapatiënt ervoor zorgt dat andere mensen ze gaan behandelen als moderne melaatsen, sociale paria’s waar iedereen met een grote boog omheen loopt.

Wat maakt een goede corona-app?

Maar hoe ziet een goede corona-app die mensen massaal willen gebruiken er dan wel uit? Allereerst dient zo’n app natuurlijk AVG-compliant te zijn. De privacybescherming moet dik in orde zijn, iets wat je bereikt door een beveiliging in te bouwen die ervoor zorgt dat gegevens alleen versleuteld en via een afgeschermde omgeving te verzenden en bekijken zijn.

Ook gebruiksgemak is een belangrijk aandachtspunt. Als alleen doorgewinterde techliefhebbers met de app kunnen omgaan, schiet de oplossing haar doel voorbij. Als je wilt dat mensen een corona-app massaal gebruiken, moeten ze het digitale hulpmiddel begrijpen en vertrouwen.

En dan is er ook nog het vraagstuk van de distributie. Hoe zorg je ervoor dat zoveel mogelijk mensen de app installeren? De beste manier om dit te bereiken: duidelijk en in eenvoudig Nederlands uitleggen (bijvoorbeeld via spotjes op de radio en tv) waar mensen de app kunnen vinden, waar hij voor dient en hoe ze hem op hun mobiele apparaat kunnen installeren. Hoewel men veelbelovende stappen zet, is een bevredigende corona-app die privacybescherming en gebruiksgemak garandeert in ons dichtbevolkte kikkerlandje voorlopig nog toekomstmuziek.